Genootschap Engelandvaarders

Zuidelijke route

Engelandvaarders die de Zuidelijke route kozen (dat deed zo'n 58%) hebben er gemiddeld 1 jaar en 3 maanden over gedaan om Engeland te bereiken. Dit had te maken met het grote aantal kilometers dat moest worden afgelegd, maar het kwam ook doordat Engelandvaarders onderweg langdurig in gevangenissen en interneringskampen belandden of lang op papieren moesten wachten, waarmee zij verder konden reizen. Een van de bottle-necks was onbezet-Frankrijk, ook wel Vichy-Frankrijk genoemd, dat in naam onafhankelijk maar in feite een marionet van Hitler-Duitsland was. Aanvankelijk was het mogelijk om zowel vanuit Vichy-Frankrijk als Zwitserland legaal naar Spanje door te reizen (en vandaar naar Engeland). Sommige Nederlandse diplomatieke vertegenwoordigers, die nog in het buitenland aanwezig waren hebben hun uiterste best gedaan om Engelandvaarders op doorreis bij te staan. In november 1942 werd echter ook Vichy-Frankrijk door de Duitsers bezet en bleef er slechts één weg naar Engeland open: clandestien de Pyreneeën over, naar Spanje.

Neutrale landen als Zwitserland, Spanje en Portugal moesten - om hun onafhankelijkheid te behouden - laveren tussen de eisen van Nazi-Duitsland en de geallieerden. Vooral in de eerste oorlogsjaren, toen Duitsland nog aan de winnende hand was, resulteerde dit in een hard optreden tegen Engelandvaarders. Zo werden Engelandvaarders in Spanje opgesloten in gevangenissen of het interneringskamp Miranda de Ebro. Waren zij daaruit eindelijk bevrijd dan volgde vaak nog een lange wachttijd in Madrid, omdat het Franco-regime weigerde om doorreisvisa te verstrekken aan mannen in de dienstplichtige leeftijd.